Thema vragen

Verdeeld over vier thema’s;

  1. Vragen omtrent de wettelijke eis voor twee keer 45 minuten bewegingsonderwijs door een bevoegd (vak)leerkracht.
  2. Procesbegeleider vragen
  3. Subsidie aanvraag vragen
  4. Tijdspad

Vragen omtrent de wettelijke eis voor twee keer 45 minuten bewegingsonderwijs door een bevoegd (vak)leerkracht

Opdracht procesbegeleider
De procesbegeleider zal vooral een rol hebben in het inventariseren van de problemen die deze accommodatie tekorten veroorzaken. Vervolgens zal de procesbegeleider een opdracht hebben om samen met gemeente, bestuur en scholen te zoeken naar maatwerkoplossingen.
De wet op primair onderwijs (WPO 117) geeft aan dat de gemeente verplicht is om accommodatie te verzorgen voor twee maal 45 minuten bewegingsonderwijs (Primair Onderwijs scholen). Meer ruimte kan worden gecreëerd voor uren bewegingsonderwijs door bijvoorbeeld roostering, voorrang geven aan onderwijs of verandering in toewijzing door gemeente van beschikking

Het uitgangspunt van het amendement is dat er twee lessen bewegingsonderwijs worden aangeboden. Hiervan kan om organisatorische redenen marginaal worden afgeweken. Een afwijking waarbij les 1 bestaat uit 50 minuten en les 2 uit 40 minuten kan tot de mogelijkheden behoren.  Uitgangspunt hierbij is dat het gaat om een les bewegingsonderwijs en dat er aan de kerndoelen van bewegingsonderwijs kan worden voldaan. Grotere afwijkingen kunnen de kwaliteit van de les niet ten goede komen en worden afgeraden.

Eén les van 90 minuten voldoet niet aan de eisen van twee lessen bewegingsonderwijs en wijkt hierdoor af van het amendement.

Nee er zijn meerdere bevoegdheden tot het geven van bewegingsonderwijs. De bevoegdheden tot het geven van lessen bewegingsonderwijs kan je via deze link inzien.

De zwemles kan onder het curriculum voor bewegingsonderwijs vallen. Hierbij moet wel worden meegenomen dat dit geen negatieve invloed kan hebben op het totale curriculum. Er moet voldoende aandacht en tijd besteed kunnen worden aan de leerlijnen bewegingsonderwijs die vallen onder kerndoel 57.

https://www.slo.nl/thema/meer/tule/bewegingsonderwijs/kerndoel-57/

In de praktijk zou dit betekenen dat er voor een periode van maximaal één jaar één van de twee lessen bewegingsonderwijs kan worden gewijd aan zwemonderwijs.

Het verliezen van effectieve leertijd is voor veel scholen een groot probleem en de reden om te kiezen voor een 90 minuten gymles. De wet geeft hierin geen ruimte meer vanaf schooljaar 2023-2024.

Een mogelijke oplossing is om een samenwerking aan te gaan met verschillende scholen/besturen om vakleerkrachten effectiever in te roosteren.

Door een school die moet verplaatsen op de begin- en eindtijden van een lesrooster in te roosteren kan de verloren lestijd gehalveerd worden. De tijden ertussenin kunnen dan worden ingevuld door een school zonder reistijd. De vakleerkracht kan voor beide scholen worden ingeroosterd en zo ook de leerjaren qua roostering op elkaar laten aansluiten voor onderwijs op maat. Dit principe van aangepaste roostering kan ook worden toegepast als de lessen door bevoegde groepsleerkrachten zelf worden gegeven. De gymzaal wordt dan niet per dag (deel) gehuurd, maar in samenspraak met andere gebruikers per uur effectiever ingeroosterd.

Afhankelijk van de wijze van verplaatsing (lopend, fiets of bus) zijn er mogelijkheden om lesinhoud van andere vakken aan te bieden. Bewegend leren, coöperatieve werkvormen of zang kan worden toegepast tijdens de verplaatsing. 

Het aanstellen van vakleerkrachten en het aanbieden van een goede baan blijkt voor sommige kleinere besturen lastig. Veel versplintering in uren kan ervoor zorgen dat de arbeidsomstandigheden voor de vakleerkrachten niet aantrekkelijk zijn.

Veel gemeentes maken hierdoor gebruik van sportbureaus die deze leegte opvullen. Maar helaas voldoen veel van deze sportbureaus niet aan de WAADI, aangezien de vakleerkrachten niet volgens de onderwijs CAO werken en worden uitbetaald. Dit is echter wel een vereiste vanuit de onderwijs CAO, waar scholen zich aan dienen te houden.

Een betere oplossing is dat scholen en besturen de verantwoordelijkheid voor bewegingsONDERWIJS zelf gaan nemen en een duidelijke visie creëren rondom bewegingsonderwijs.

Dit betekent niet alleen een visie op de inhoud van bewegingsonderwijs, maar ook een verduurzaming op het gebied van personeel.

We horen van gemeentes waar verschillende besturen een samenwerking zijn aangegaan op bewegingsonderwijs. Alle vakleerkrachten vallen daar onder het grootste bestuur en onderling zijn er door de besturen contractuele afspraken gemaakt over deze vakleerkrachtenregeling.  Dit principe is ook goed toe te passen op kleinere schoolbesturen in een regio die zelfs gemeente- en/of bestuur overstijgend kunnen samenwerken op bewegingsonderwijs.

Dit heeft onder andere de volgende voordelen;

  • Werkgeversrisico

Het werkgeversrisico wordt verdeeld over veel meer scholen. Wij noemen dit schaalvergroting op bewegingsonderwijs. Door deze schaalvergroting is een krimp bij een school meestal op te lossen door een groei bij één van de andere scholen. Eventuele boventalligheid wordt verdeeld over alle aangesloten scholen/besturen, waardoor het financiële risico enorm verkleind wordt.

  • Inroostering vakleerkrachten

Door samen te werken op vakleerkrachten kan er ook veel effectiever ingeroosterd worden. Vakleerkrachten kunnen op één dag in één gymzaal meerdere scholen van verschillende besturen bedienen, waardoor vooral bij kleinere scholen de vakleerkracht niet op 1 dag meerdere malen van locatie hoeft te verplaatsen. Dit maakt dat de vakleerkracht verduurzaamd kan worden en kan ook scholen die moeten reizen helpen bij een effectievere inroostering aan het begin- en einde van een schooldag (deel).

  • Scholing

Door samen te werken en een gezamenlijke vakgroep bewegingsonderwijs te vormen kan er gewerkt worden aan een professionele leergemeenschap (PLG). Vakleerkrachten kunnen intervisie bij elkaar doen, scholing volgen, werkgroepen en innovaties en verbeteringen doorvoeren. De schaalvergroting maakt dat dit relatief goedkoper aangeboden kan worden dan in kleinere groepen.

  • Goed bewegingsonderwijs voor alle kinderen door samenwerking

Als gemeente/bestuur is het belangrijk dat alle kinderen goed bewegingsonderwijs krijgen. Door een gezamenlijke visie op bewegingsonderwijs krijgen alle kinderen ongeacht op welke school zij zitten kwalitatief en voldoende bewegingsonderwijs. We helpen elkaar dit te bewerkstelligen, waardoor ook kleinere besturen/scholen hieraan kunnen voldoen.

Het ondersteuningsteam helpt u graag om dit als bestuur te regelen. Wij hebben o.a. voorbeeld contracten die u bij ons kunt opvragen.

  • Verduurzaming van vakleerkrachten

Door de juiste arbeidsomstandigheden zullen vakleerkrachten langer verbonden blijven aan het bestuur. In de praktijk blijkt dat vakleerkrachten en baan binnen de onderwijs CAO verkiezen boven een baan binnen de sport CAO. Hierdoor zijn er veel wisselingen op scholen als het gaat om verbonden vakleerkrachten, is er minder verduurzaming en vertrekken vakleerkrachten naar betere arbeidsomstandigheden (PO binnen onderwijs CAO of VO, waar vakleerkrachten altijd in de onderwijs CAO zitten).

Zeker gezien de krapte in de arbeidsmarkt is het belangrijk om hierop in te spelen als bestuur.

Procesbegeleider vragen

Welke competenties de procesbegeleider nodig heeft is afhankelijk van de rol die hij/zij in het te behalen doel gaat spelen.

Op subsidiedeel A kan de procesbegeleider worden ingezet op het behalen van twee lesuren bewegingsonderwijs gegeven door een bevoegd (vak)leerkracht.

Per bestuur ligt de uitdaging op verschillende vlakken en zal moeten worden gekeken waar de uitdaging ligt. Als een bestaande vakgroep van vakleerkrachten moet worden uitgebreid, dan kan het zijn dat een vakleerkracht de taak van vakgroep-coördinator uitbreidt of op zich neemt. Hij/zij zal samen met directies sollicitatiegesprekken voeren en zorgen voor de randvoorwaarden van bewegingsonderwijs, waaronder roosteren, scholing, huisvesting etc. Dit kan ook een directeur zijn die bewegingsonderwijs binnen zijn portefeuille krijgt of een extern sportbedrijf.

Bij besturen waar gekozen wordt voor de inzet van alleen bevoegde groepsleerkrachten om het bewegingsonderwijs te verzorgen zal de inzet liggen op het inventariseren van klassen zonder bevoegde leerkrachten. Er zal uiteindelijk een oplossing moeten komen voor de klassen zonder bevoegde leerkracht. Dit kan zijn dat er anders geroosterd gaat worden, bevoegde groepsleerkrachten als vakspecialist gaan functioneren (minimaal 0,2 fte inzet op bewegingsonderwijs) of dat er een uitgebreid scholingstraject komt om bevoegde leerkrachten bij te blijven scholen.

Let op! De subsidie kan niet worden ingezet op scholing ten behoeve van het behalen van de leergang bewegingsonderwijs. Scholing kan wel worden ingezet voor groepsleerkrachten mét een bevoegdheid om de kennis te verbreden.

Voor subsidiedeel B kan een procesbegeleider op meerdere vlakken worden ingezet. Als de inzet van de subsidie gericht is op het verbeteren van de kwaliteit van een vakgroep, dan kan een bestaande coördinator worden uitgebreid en/of een vakleerkracht/directie worden aangesteld om dit professionaliseringstraject te begeleiden. De subsidie kan worden ingezet voor de procesbegeleider en scholingsmomenten gekozen door de procesbegeleider voor de vakgroep.

Als een school wil inzetten op meer bewegen in en rondom de school, dan kan de procesbegeleider bijvoorbeeld worden ingezet op het verbeteren van de bewegingscultuur binnen een school, meer bewegen door de dag heen, bewegend leren of het verbeteren van schoolplein gebruik. Hier kan worden gedacht aan het uitproberen van bestaande bewegend leren methodes of het schrijven aan methodieken. De subsidie kan gebruikt worden voor de inzet van de procesbegeleider of de scholing van de software, maar niet voor de hardware kant (materialen/schoolplein toestellen).

Het advies is om een werkgroep te starten door de procesbegeleider met daarin zowel één of meerdere groepsleerkrachten en een vakleerkracht/externe partij om voldoende draagkracht binnen school te krijgen.

In principe is een bestuur vrij in de keuze hoe zij de rol van procesbegeleider invullen en wie zij daarop inzet.

Het is een mogelijkheid om een bestaande vakgroep-coördinator die nog niet voldoende ambulante tijd heeft voor het verbeteren van alle randvoorwaarden rondom bewegingsonderwijs uit te breiden, maar dit hoeft niet. Het kan ook zijn dat er wordt ingezet op een vakleerkracht of directie die als sparringpartner met de huidige coördinator gaat samenwerken.

Het bestuur staat vrij om de invulling van de subsidie en de daarbij behorende procesbegeleider(s) vorm te geven.

Ja, dit mag. Hierbij is het wel belangrijk om te kijken naar het gestelde doel per bestuur en of het inhuren van een externe partij bijdraagt aan de verduurzaming van het doel.

Subsidie aanvraag vragen

Het bestuur (bevoegd gezag) vraagt de subsidie voor de scholen aan.

De einddatum voor de eerste subsidieronde is 30 september 2021. Als de subsidiepot nog niet volledig is,besteed zal er medio februari een tweede ronde worden geopend om in te schrijven.

Ja. Wanneer de regeling overvraagd is, vindt er per onderdeel een loting plaats. De uitkomst van de loting door de notaris bepaalt de rangschikking van de aanvragen. De aanvragen worden volgens die rangschikking beoordeeld totdat het budget (binnen het betreffende onderdeel) verdeeld is.

De subsidie is niet bedoelt voor het aanstellen van een vakleerkracht. Bewegingsonderwijs valt onder het curriculum en moet derhalve vanuit de lumpsum duurzaam bekostigd worden.

De subsidie is niet bedoelt om materialen aan te schaffen. Materialen voor bijvoorbeeld bewegend leren kunnen wellicht vanuit de NPO gelden of de reguliere begroting worden aangeschaft. Houdt hierbij wel rekening met de afschrijving van materialen, aangezien voor verduurzaming de afschrijving meegenomen dient te worden in een meerjarenbegroting.

Als een bepaald deel van de scholen binnen een bestuur op subsidie deel A inzet gaat plegen en een deel van de scholen al voldoet aan de 2 lesuren bewegingsonderwijs inzet wil plegen op deel B, dan kan dit. Het is dan zaak om binnen het activiteitenplan aan te geven hoeveel uur er ingezet gaat worden aan welke doelen. Het kan dus zijn dat er één of meerdere procesbegeleiders worden aangesteld op verschillende doelen binnen het bestuur.

Het bestuur stelt dan een activiteitenplan op voor de scholen die voor deel A in aanmerking komen en in hetzelfde activiteitenplan een beschrijving voor deel B in aanmerking komen.

Beschrijf hierbij de personele inzet en kosten die op beide doelen worden ingezet binnen het activiteitenplan (artikel 9 van de subsidieregeling).

Binnen 1 school deel A en deel B aanvragen is echter niet mogelijk. Dus voor een aantal klassen deel A aanvragen en voor aantal deel B is niet mogelijk.

Tijdspad

Er komt een nieuwe ronde om aanvragen te doen medio februari, mits er nog geld beschikbaar is in de subsidiepot.

Als de procesbegeleider de begrote uren heeft besteed en de activiteiten heeft uitgevoerd en er aan alle verplichtingen is voldaan kunt u het niet gebruikte deel van de subsidie besteden aan andere activiteiten die bewegen in algemene zin stimuleren.

Het ondersteuningsteam is opgesteld om subsidieaanvragers te ondersteunen bij het proces rondom de te behalen doelen. Wij mogen van OCW geen ondersteuning bieden op de aanvragen zelf.

Nee, de subsidie is hiervoor niet bedoelt. De subsidie kan wel worden ingezet om bevoegde (vak)leerkrachten bij te scholen.