Stappen van de school

Via onderstaande stappenstructuur kan een procesbegeleider richting geven aan het proces.

Stap 1

Beginsituatie van de school in kaart brengen (0-meting)

Waar staat de school op dit moment? Bijvoorbeeld:

  • scholen die qua accommodatie en meubilair nog traditioneel zijn ingericht tot scholen die de beschikking hebben over diverse dynamische sta- en zitmogelijkheden.
  • scholen die vrijwel onbekend zijn met bewegend leren en scholen waarvan de meeste leerkrachten al dagelijks bewegend leren activiteiten met hun groep uitvoeren.
  • scholen waarbij sprake is van een onaantrekkelijk schoolplein met een onveilig klimaat tot scholen die het plein speelvriendelijk hebben ingericht en teven mogelijkheden hebben aangebracht om buitenlessen (Taal, Rekenen, WO) te kunnen geven.
  • Scholen die opnieuw worden gebouwd, verbouwd of ingericht

In kaart brengen van de huidige situatie (binnen het bestuur, de school, de bouw).

  • Wat gebeurt er al?
  • Welke vragen zijn er?
  • Wat zijn de wensen op de korte termijn?
  • Wensen op de lange termijn?
  • Welke belemmeringen worden ervaren?
  • Gebruik eventueel enquête/interviewformulier van de HvA.

Stap 2

Visie, verantwoording en doelen

Bij de visievorming is het van belang dat de leerkrachten van de school nadenken over de onderstaande vragen. Uiteraard is het globale doel van dit project het dynamisch(er) maken van de schooldag.

Is het voor iedereen duidelijk wat een dynamische schooldag inhoudt?

Wat zijn de doelen/beweegredenen om een schooldag dynamischer te maken?

Staat – voor iedereen – achter het invoeren van een (meer) dynamische schooldag?

Wat zijn de voordelen en wat de consequenties of mogelijke nadelen...

Hoeveel draagvlak is er binnen het team? Waarvoor is (geen) draagvlak?

Wat zegt de wetenschap?

De procesbegeleider stelt aan de hand van gesprekken/interviews de huidige situatie als de behoeften vast.

Let op: er kunnen grote verschillen zijn tussen leerkrachten. Het is goed dat deze verschillen in kaart zijn gebracht en niet onder water blijven.

Een prettig instrument hierbij kan de scan zijn van het lectoraat BIOS (HvA).

Stap 3

Hoe wordt er gestart op een school?

Bij het starten van een meer dynamische schooldag kunnen - op basis van de behoeften en wensen van het team - verschillende accenten gelegd worden.  Soms zijn deze per bouw/leerkracht verschillend.

Op de meeste scholen is het zinnig om met een inspirerende en informatieve studiedag(deel) te starten. Niet alle leerkrachten hebben een goed beeld van de mogelijkheden. Bij voorkeur is dit een bijeenkomst die theorie en praktijk in elkaar laat overlopen. Bedenk op welke wijze groep 1 en 2 worden meegenomen in dit proces (zie opmerking hieronder). Wie geeft deze workshop? Wordt dat gedaan door de werkgroep die gevormd is? Wordt er een externe partij gevraagd om deze opstart – in overleg - vorm te geven?

Aan het einde van deze studiedag (of kort daarna) kunnen onderstaande beslissingen worden genomen.

Wie gaan het proces leiden?

Uiteraard heeft de procesbegeleider een centrale rol in het veranderings- en implementatieproces, maar het verdient aanbeveling om een grotere groep te vormen. Een werkgroep Dynamische Schooldag. Afhankelijk van de schoolgrootte nemen hier 3 – 6 leerkrachten in plaats. Bij voorkeur een vertegenwoordiging uit alle bouwen en een rol voor IB-er en directie.

Op sommige scholen bestaat – terecht – een werkgroep Spel en Beweging, die zich bezighoudt met de lessen bewegingsonderwijs, schoolplein, MRT, naschools-aanbod en sportdagen.  Deze groep kan betrokken worden bij de werkgroep Dynamische Schooldag, maar o.i. wordt een toevoeging van het thema dynamische schooldag aan deze groep te zwaar.

Wie gaan er starten?

  • De hele school
  • Let op de groepen 1 en 2 staan geheel anders in het thema Dynamische Schooldag. Zij hebben per dagdeel minimaal 45 minuten beweging/buiten en de andere lesdelen zijn meestal niet statisch. Voor deze groepen is het richtpunt, welke doelen bereik ik met dynamische delen beter dan het nog meer dynamisch maken. Uitzondering bestaan uiteraard. Ook in de scholing en begeleiding vormen de kleuters een geheel andere groep. Houd hier rekening mee.
  • Bepaalde bouw
  • Bepaalde leerkrachten/groepen (degene die enthousiast zijn)

Voorbeeld:

Hele school Verbeteren van de speel en beweegmogelijkheden op het schoolplein

Kleuterbouw Verdiepen van buitenspelen (koppelen aan doelen)

Middenbouw Bewegend rekenen

Bovenbouw Klasseninrichting meubilair

Waar wordt mee gestart?

  • Accent op schoolomgeving en buitenlessen
  • Accent op schoolplein
  • Accent op inrichting van de school/meubilair
  • Accent op bewegend leren (welk van de drie vormen)?
  • Accent op meer pauze en/of 3e les bewegingsonderwijs

Op welke manier wordt er gestart?

Er wordt door de school een keuze gemaakt welke accenten worden gelegd en welk tijdspad daarvoor wordt uitgestippeld.

Bijvoorbeeld, De Vrijbuiter in Buitenplaats wil meer buitenlessen gaan geven. Het doel is om in het volgend schooljaar (gemiddeld) drie keer in de week een half uur buiten les te geven. Er is een schooljaar uitgetrokken om dit doel te behalen.

A. Welke vakgebieden of activiteiten willen we buiten gaan aanbieden?

  • Rekenen
  • Taal
  • Natuuronderwijs
  • Als het weer het toelaat: drama, muziek, voorlezen en lezen
  • anders

B. Welke kennis is in school aanwezig

C. Zijn er al lessen/lesideeën ontwikkeld?

D. Welke bronnen kunnen gebruikt worden?

E. Welke mogelijkheden zijn er op het plein. Denk aan:

  • een plekken waar instructie gegeven kan worden,
  • een plek waar kinderen wat kunnen opschrijven (kan ook met schrijfplankjes/clipboard)
  • een shelter tegen wind en regen
  • Maar ook aan plaatsen om kleine beestje te zoeken of een schooltuin
  • En een rekenvierkant en een rekenlijn om reken-activiteiten te verwerken/aan te leren

F. Welke materialen zijn er aanwezig in school?

Denk aan loepjes, netjes, determinatiekaarten. Maar ook aan opdrachtkaartjes, sommen e.d.

Outdoor lokaal.jpg

Stap 4

Uitvoering (van een deel van het plan)

Tweetallen of groepjes leerkrachten bereiden gezamenlijk lessen/lesdelen/energizers voor, evalueren deze en stellen bij. Bij voorkeur onder supervisie van de procesbegeleider en/of de werkgroep. Ook externen kunnen dit proces van kwaliteit voorzien.

Documenten en materialen worden handig en overzichtelijk (digitaal) opgeborgen.

Stap 5

Evaluatie (1-meting) 

Na een afgesproken periode vindt de evaluatie plaats.

Bij voorkeur op dezelfde wijze als de 0-meting heeft plaatsgevonden.

De werkgroep verzameld de evaluatie, bespreekt deze en presenteert/rapporteert deze aan het team. Met suggesties voor bijstelling en /of verandering.

Stap 6

Hoe verder en borging in beleid

Gezamenlijk besluiten over bijstelling of verankering zijn weer het startpunt van een nieuwe cyclus (vanaf stap 4).

De delen die volledig zijn opgenomen/geïntegreerd in het programma worden verankerd in het curriculum/beleidsplan.